• Vonk maakt vuur | vernieuwer van bedrijfsconcepten

Ontmaskerd

Als jong meisje was ik gefascineerd door wat er zich achter de klapdeuren van een restaurant afspeelde. Je weet wel, de deuren die het restaurant van de keuken afscheiden. Waar het gedimde licht overgaat in keiharde tl-verlichting. En waar misschien wel jouw potje kruidenboter een vers takje peterselie krijgt en in een volgend broodmandje belandt. Het heeft iets geheimzinnigs.

Wat er zich in het restaurant afspeelt vond ik leuk maar ik ervoer het ook als een masker. Het bedienend personeel laat gewenst gedrag zien en alles ziet er uit om door een ringetje te halen. Is dat de echte wereld?
En wat gebeurt er áchter die klapdeuren? Daar waar je voor mijn gevoel een heel  andere wereld binnenstapt. Is het bedienend personeel daar ook zo dienstbaar en beleefd? Ziet het er daar ook allemaal zo verzorgd uit? En wordt daar ook zo’n gezellig liftmuziekje gespeeld?

De plek achter de klapdeuren is vaak het epicentrum van het bedrijf. Dat is de plek van waaruit alles ontstaat. Waar alles wordt bedacht en wordt uitgevoerd. Waar de mensen met de poten in de klei staan om hun mooiste en lekkerste gerechten te creëren. Daar zijn geen maskers. Dat is echt. En omdat dat niet altijd zonder gevloek en getier gaat, zijn ze veilig opgeborgen achter klapdeuren.

Mijn klapdeur-fascinatie ging verder dan de horeca. Ik had dat bijvoorbeeld ook bij tv-programma’s, de dierentuin en het theater. Op het toneel wordt het resultaat getoond van wat er achter de klapdeuren is bedacht. Daar wordt keihard gezwoegd, geoefend en voorbereid. Op het podium wordt er geshined maar in de coulissen gebeurt er van alles waardoor er geshined kan worden.
Terwijl ik naar de optredende acteurs en dansers keek, vroeg ik me af hoe het dagelijks leven van een danser er uit ziet. Is hij daar net zo gelukkig als dat het er op het toneel uitziet? Ik wilde achter het masker kijken.

Ik heb er uiteindelijk mijn werk van gemaakt.
Voor mij is ieder mens een schitterend wezen. Dat zullen we in de basis altijd blijven. Niemand uitgezonderd. Maar onderweg worden we gevormd door opvoeding, school, politiek, maatschappij, (traumatische) gebeurtenissen en ziekte. We krijgen een masker op. We weten niet beter dan dat dit hoort. Dat hetgeen we hebben aangeleerd, de waarheid is.
En op een gegeven moment gaat dat masker schuren, het past niet meer, je bent het ontgroeid. En ik wil ontdekken wat achter dat masker zit. Daar bevindt zich het unieke, schitterende wezen met zijn oorspronkelijke ideeën, creativiteit en levenslust. Zeg maar de keuken van een horecagelegenheid. Hier ontstaat alles.

Onlangs ging er weer een klapdeur voor mij open. Eentje van het formaat Ferrari in het klapdeurenassortiment. Het ging om een zwaar beveiligde deur die bol stond van de geheimzinnigheid en negativiteit. Het was de klapdeur van de forensisch psychiatrische afdeling (FPA) in Den Dolder waar Michael P. heeft gezeten.
Ik wilde snappen wat er zich achter die deuren afspeelt. Hoe werkt dat daar? Wie zitten daar? Hoe kom je er terecht en hoe kom je er weer uit?

We kregen een presentatie met technische informatie, procedures en feiten. Nuttig omdat dit al veel vragen van de aanwezigen beantwoordde.  Zo blijkt bijvoorbeeld dat in Den Dolder alleen categorie 2-cliënten wonen, waarbij categorie 4 het meest zwaar is. Tijdens een rondleiding werd dan ook uitgelegd hoe Michael P. een buitenbeentje was.

Voor mij werd het pas echt interessant toen er een ervaringsdeskundige en een cliënt aan het woord kwamen. Cliënt Ahmed is een Syrische man van 20 die nu 2 jaar in Nederland is. Hij legde in goed Nederlands uit dat hij tijdens zijn jeugd in de oorlog het motto meekreeg ‘eten of anders word je gegeten’.
Ik heb gelukkig geen oorlog meegemaakt maar kon me toch iets voorstellen wat hij hiermee bedoelde.

Hij nam deze overlevingstechniek mee naar Nederland, hij kon niet anders, hij wist niet beter. Zijn beide ouders waren inmiddels overleden en hij stond er alleen voor in een vreemd land.
Het bracht hem in de problemen. Ik weet niet wat voor rottigheid hij hier heeft uitgehaald maar hij kreeg de keus tussen gevangenisstraf of zich een jaar laten behandelen bij de FPA.

Hij koos voor dat laatste. En nu is hij zover dat hij weer een toekomstbeeld heeft. Hij gaat een MBO-opleiding doen richting zorg omdat hij mensen met kanker wil helpen. Zijn moeder is hieraan overleden.

Ik hing aan zijn lippen. Niet alleen vanwege zijn heftige ervaringen maar ook omdat hij de moed had om zijn verhaal te vertellen aan een groep kritische Doldenaren die de hele kliniek en zijn inwoners het liefst van de aardbodem ziet verdwijnen.

Ahmed had de zin van het leven weer gevonden, hij was gedreven en had zin in wat komen gaat. Ik kon na zijn verhaal nog net een staande ovatie onderdrukken maar klapte, net zoals de andere aanwezigen, wel even net wat harder dan gebruikelijk. Dit was een man zonder masker, dit was echt, je kon het voelen en ik gun hem met heel mijn hart een tweede kans. Dit is waarom ik achter maskers wil kijken, het raakt me, ik krijg het schitterende wezen te zien dat in staat is een positieve bijdrage te leveren.

De cliënten die daar wonen, zitten in een duister en depressief stuk waar even geen lichtpuntjes te vinden zijn. Alhoewel zij zelf verantwoordelijk zijn voor hun daden en de gevolgen daarvan, hebben wij gezamenlijk niet kunnen voorkomen dat zij in het donker zitten. Met ‘wij’ bedoel ik de maatschappij; docenten, ouders, familie, vrienden, sporttrainers, werkgevers, …  Het gaat mij er niet om wie hier allemaal (onbewust) aan hebben bijgedragen, de vraag die ik veel interessanter vind is: Als wij als maatschappij voor het duister kunnen zorgen, zouden wij dan ook gezamenlijk in staat zijn om mensen weer lichtpuntjes te brengen?

Hebben we daar de gemeente, politiek of overheid voor nodig of kunnen we kapitein zijn op ons eigen schip en zelf een begin maken? Wat mij betreft zijn haat, veroordelingen en verwensingen erg donker en negatief. Het kan een ander schaden maar vergeet niet wat het met jezelf doet.

Ik heb het idee dat er al veel geheeld kan worden als we het een ander gunnen dat z’n masker afvalt zodat het schitterende wezen naar buiten kan komen.

Kirsten Vonk – Vonk Maakt Vuur